• Default
  • Foliage
  • Clouds
  • Direct in je mailbox?

    Waarom iedere dag naar de site komen als je de berichten ook gewoon in je inbox kunt lezen? Vul je e-mailadres in en je krijgt de LVDD's, nieuwsoverzichten en recensies gewoon toegemaild! Wat wil je nog meer?

    Vul hier je e-mail in:

    Bezorgd door FeedBurner

LVDD: Rebekka Karijord – Wear It Like A Crown

rebekka-2z9p9154-klar

Cause if I don´t follow my heart this time
I´m gonna forget what this life is all about
I´m gonna take that path I´m going in on my own
I´m gonna take that fear and wear it like a crown

Rebekka zag ik in het voor- en hoofdprogramma van Ane Brun zingen en spelen (onder andere op harp). Dat deed ze heel aardig, maar eerlijk gezegd is maar één liedje van dat optreden écht blijven hangen (The Collector). Dat liedje komt van haar album uit 2005. Sindsdien heeft ze nog meer muziek gemaakt en geacteerd. In oktober verscheen haar nieuwste album, The Noble Art of Letting Go, waarvan Wear It Like A Crown de eerste single. Verwacht hevig gestileerde pianopop, in het straatje Ane Brun en Nina Kinert. Blijkbaar is het Rebekka allemaal goed bevallen op Roepaen, want ook zij komt komend voorjaar terug naar het Limburgse dorp voor een concert. Zouden ze daar aan abonnementen doen?
Ik heb natuurlijk geen verstand van mode enzo, maar die jurk, is die niet gewoon raar?

LVDD: I Am Kloot – To The Brink

Kloot

Do you fancy a drink,
In a place called the brink
Do you wanna go there?

Vandaag werd ik ineens overvallen door een gevoel van melancholie. Naar I Am Kloot luister ik altijd in fases. Er kunnen maanden voorbij gaan dat ik ze nauwelijks luister, maar vandaag wilde ik ze ineens weer horen. Enkele weken geleden speelden de heren op de Nederlandse podia, maar die optredens heb ik aan me voorbij moeten laten gaan. Gelukkig voldoen de cd’s voor nu, gecombineerd met nieuw materiaal op YouTube. Een van de nieuwe liedjes heet To The Brink. Het is hopen dat dat nieuwe album, opgenomen met de heren van Elbow, er snel gaat komen. En vooral ook dat het eindelijk weer een heel goed album is. Want na alle tussendoortjes (BBC Sessions, Moolah Rouge, B) kunnen we wel weer een klassieker gebruiken.
Zet je het volume harder, haalt die gast weer te hard uit… Het is nooit goed…

LVDD: To Kill A King – Cold Skin

tokillakinguk

Start A War, We’re not killing anyone except ourselves…

In het verleden heb ik de naam van Kid iD al eens laten vallen. Het sympathieke folkmetblazersrockbandje uit Engeland stond ooit in het voorprogramma en timmerde sindsdien alleen maar harder aan de weg. Maar de doorbraak bleef uit, zelfs na de eerder dit jaar verschenen (overigens sterke) EP Black Comedy. De afgelopen maanden gingen enkele bandleden weg en kwamen er andere voor in de plaats. Ook de muziek evolueerde. De blazers kwamen minder op de voorgrond te staan en de zangpartijen werden verder ontwikkeld. En om deze nieuwe muzikale identiteit te bevestigen, werd de bandnaam veranderd naar To Kill A King. De eerste release moet er nog aankomen, maar op Myspace kunnen we de eerste nieuwe liedjes al luisteren. Ik ben niet van alles even onder de indruk, maar Cold Skin is erg lekker. Het rockt!
Niet te downloaden, wel te luisteren op Myspace weetje!

LVDD: Fink – If I Had A Million

Fink-Distance_And_Time_b

It’s a very fine line, babe,
Between you and me
Between you and I
And i crossed it many times
Still you’re mine babe
So if i had a million
You would have a million too

Gisteren was ik in Roepaen bij Lightning Dust (met in het voorprogramma mijn goede vriend Mischa). Voorafgaand aan de sets stond een cd van Fink op, die in het voorjaar van 2010 het Ottersumse Cultureel Podium zal opluisteren. En Fink klonk verrassend aangenaam. Ooit triphop dj, nu soulvolle singer/songwriter. Het bedrieglijk simpele If I Had A Million komt van zijn eerder dit jaar verschenen Sort Of Revolution (overigens: briljante titel). Met gratis lekkere gitaarslag.
Ik wacht met spanning op mijn centen!

Kate Walsh – Light & Dark

album_lightdarkJe hebt mensen die expres te laat komen om de support act te missen, maar ik vind het over het algemeen een goede manier om een nieuwe band of zanger(-es) te introduceren bij een nieuw publiek. Afgelopen mei was dan ook niet de eerste keer dat ik naar een concert ging en dacht “zo, die moet ik in de gaten houden.” Soms is het dan een tegenvaller als je de artiest op cd hoort. Dat had ik bijvoorbeeld met Phil Campbell. Maar Kate Walsh… Daar lust ik wel een cd of twee van. Ze was al op mijn muzikale radar verzeild geraakt omdat ze op haar nieuwe cd zou samenwerken met Turin Brakes, maar toen ik haar in het voorprogramma van diezelfde band zag, was ik helemaal verkocht. En toen Light & Dark eerder dit jaar verscheen, wilde ik de cd vooral heel erg hebben.

Kate Walsh maakt luistermuziek. Light & Dark is wat donkerder dan voorganger Tim’s House. Die vorige cd werd onder meer gevuld door het liedje Your Song, dat in zijn eentje Take That van de nummer 1 in de iTunes chart kickte. Het terugkerende thema op Light & Dark is de stille tragiek. Vanaf opener As He Pleases is het duidelijk: dit wordt geen vrolijke cd:

I have learnt not to ask, not to let him know I’m feeling,
‘Cause in a cup he collects all that I was ever dreaming,
Then he scatters it to the sea and says he’s leaving,
And suddenly I feel that I’ve stopped breathing.

De liedjes variëren van stil tot midtempo. June Last Year is een door slide-gitaar gedreven liedje met een lekker refrein, dat zich goed leent voor herhaaldelijk afspelen. Het nummer heeft wat weg van een cliché, “mijn lief is weg en ik denk nog aan hem”, iets komisch hopeloos, maar dat hopeloze “tegen-beter-weten-in-toch-nog-hopen-proberen-en-dan-pas-vergeten” is iets wat we wel in bijna ieder nummer terughoren (in steeds een andere vorm). Neem Trying (overigens met Olly van Turin Brakes, dus):

So I’ll just have to accept that I’m easily bowled over by you
Though I know that you’ll go, so don’t throw me a smile, cause you know: from the moment you walk in the door, I’m done for.

Walsh lijkt in strijd met haar gevoelens en de muziek laat dit zien: het ene moment bijna lieftallige gitaar, dan ineens volle strijkers erachter en een blik wanhoop erbij. De kommer en kwel wordt wat minder met Be Mine, maar 1000 Bees steekt venijnig als je denkt bij het vrolijke deel te zijn aangekomen. Het dieptepunt wordt bereikt met de titeltrack en I Cling On For Dear Life. Hoop wordt uiteindelijk dan toch geboden met Seafarer en Gather My Strength (”hang on in there my love”). De schitterende melodieuze productie en de mooie teksten, die geschreven zijn met een zekere abstractie zonder onpersoonlijk te worden, zorgen ervoor dat je niet helemaal depressief achterblijft. Kate Walsh slaat hier herhaaldelijk de spijker op de kop, of het nu om liefde, bitterheid, verdriet of hoop gaat. Kate Walsh scoort de punten. Een absolute aanrader.

vierenhalf uit vijf

Athlete – Black Swan

Zo moge dan nog zo’n sympathiek bandje zijn, Athlete maakt het zichzelf af en toe best moeilijk. Dat hebben ze overigens gemeen met mijn favoriete band Turin Brakes. Black Swan is het vierde album van de band. Hun debuut Vehicles and Animals was een speelse plaat en dat speelse karakter, dat zijn ze eigenlijk op hun vervolgalbums uit het oog verloren. Met name Tourist (2005) was een niets verhullende poging tot emopop (en nog vrij succesvol ook, met Wires als hit). Beyond the Neighbourhood was commercieel gezien minder succesvol, maar naar mijn mening muzikaal gezien interessanter. Black Swan borduurt voort op Beyond… maar voegt daar vrij weinig aan toe.

Het probleem zit hem een beetje in wanhoop. De plaat ruikt een beetje als alles of niets. Snow Patrol deed hetzelfde met Final Straw, maar daar werkte het beter. Hier lijkt het alsof Athlete af en toe concessies heeft gedaan om de plaat nóg toegankelijker te maken, terwijl dat nergens voor nodig is. Op zich staan er weer genoeg leuke popliedjes op de plaat, maar de productie erachter is meestal te veilig. Goed geslaagd zijn opener Superhuman Touch, titeltrack Black Swan Song en het epische The Getaway (ik zegt: hitpotentie). Hoogtepunt is wat mij betreft het oprechte Rubik’s Cube, dat wat mij betreft ook meteen de motieven van de band op tafel legt:

Oh I’m like a kid who just wont let it go
Twisting and turning the colours in rows
I’m so intent to find out what it is
This is my rubik’s cube
I know I can figure it out

Toch komt de cd als geheel niet bijzonder goed uit de verf. Het is allemaal te makkelijk, te glad, te cliché. Het is gewoon niet te accepteren dat dit het beste is wat de band te bieden heeft. Als tegen het einde van de cd de woorden I put my hands up because this is so obvious klinken, kun je niet anders dan dit onderschrijven. Het is wederom een oké cd geworden. Jammer. Helemaal omdat de bonus disk bij dit album nog een paar mooie lieve liedjes bevat die mindere nummers als Magical Mistake en The Awkward Goodbye hadden kunnen vervangen (Wild Wolves bijvoorbeeld). Black Swan is een herhaling van zetten geworden: een paar sterke liedjes en een hoop middelmatige ballades. Dat werkt als je al een supergrote band bent, maar dat is Athlete niet. En met dit soort platen gaan ze het nooit worden ook.

drie uit vijf

Arctic Monkeys – Humbug

Dit heb ik nooit verteld, maar…

9 januari 2006, iets na tienen ’s avonds. De telefoon gaat.

Stefan: Hallo, met Stefan.
Ik: Ja, dit is Stefan uit de toekomst.
Stefan: Ja, grapjas. Even serieus.
Ik: Nee, ik ben het echt, Stefan. Ik ben jou, maar dan op 9 november 2009.
Stefan: Jaja, is de paus al dood?
Ik: Ja, die stierf op 2 april 2005, dat weet jij ook! Dat is al geweest. De nieuwe leeft nog.
Stefan: Je bent het echt!
Ik: Ja, ik bel met belangrijk nieuws.
Stefan: Oh? Heb je voorkennis die ik kan gebruiken om rijk te worden?
Ik: Nee, dat is illegaal.
Stefan: Wat heb je dan te vertellen?
Ik: Nou, ik zit terug te lezen op mijn/jouw/onze website en ik zie dat je de Arctic Monkeys zojuist hebt neergesabeld.
Stefan: Nou, neergesabeld… Dat is misschien wat sterk. Ik vind ze gewoon veel schreeuwen.
Ik: Ja, nou… Ik bel dus om te zeggen dat je de derde cd heel gaaf gaat vinden.
Stefan: Hahahahahahahahahahahaha….
Ik: *kucht*
Stefan: Hahahahahahahahahahahaha
Ik: *kucht luider*
Stefan: Haha…
Ik: Dus…
Stefan: Ha. Maar alle gekheid op een stokje: is 9 november 2009 de nieuwe 1 april?
Ik: Nee, je vindt hem echt best goed.
Stefan: Dat kan ik me nauwelijks voorstellen. Luister ik dan ook geen Turin Brakes meer?
Ik: Nou, dat nog wel. Maar alles wat je stom vond aan de Arctic Monkeys is niet meer aanwezig op deze plaat.
Stefan: Wat? De schreeuwerige teksten, de veel te puntige gitaarriffs en de hak-op-de-takpop?
Ik: Ja, ze hebben met die dude van Queens of the Stoneage samengewerkt en daardoor is de plaat evenwichtiger en stemmiger geworden. Er staan een paar echt goede nummers op, die een mooie sfeer uitademen. Het is een stuk serieuzer geworden allemaal en er staat zelfs een cheesy ballad op, getiteld Cornerstone. Al is dat zeker niet het beste nummer van de plaat. Dance Little Liar en Crying Lightning zijn ook heel goed.
Stefan: Dus eigenlijk zijn ze volwassen geworden?
Ik: Ja, zo zou je het misschien het beste kunnen omschrijven.
Stefan: Maar hoe komt dat dan?
Ik: Nou, die zanger, die Alex Turner, die begint ergens tussen onze jaren in een zijproject en dat is een heel beschaafd gearrangeerd gedoe. Ze noemen zich The Last Shadow Puppets. En dat hoor je nu ook terug in de nieuwe CD. Weliswaar wordt er geen blik strijkers opengetrokken, maar het is beschaafder en mooier.
Stefan: Je bent wel erg positief. Dadelijk zeg je me nog dat het je favoriete CD van het jaar is!
Ik: Nou, dat is me wat te gortig. Maar hij is erg goed.
Stefan: Nou, fijn dat je me dat even vertelt. Maar ik mag het zeker niet op ditisstefan.nl zetten?
Ik: Nee, dan doorbreek je de tijdslijn en vergaat mijn wereld. En Turin Brakes bestaat nog, ze komen zelfs begin 2010 met een nieuw album op een nieuw label. Al zijn ze er niet veel groter opgeworden. De Arctic Monkeys zijn nog onverminderd populair.
Stefan: Oké. Nou bedankt voor de informatie. Maar eh… nog 1 vraag… wanneer komt de nieuwe CD van de Kings of Convenience? Dit jaar nog?
Ik: Nee, pas in de herfst van 2009.
Stefan: Maar goed dat we de derde cd van de Arctic Monkeys dan leuk vinden.
Ik: Ja, dat is in ieder geval iets.
Stefan: Dag Stefan!
Ik: Peace Out, Player!

vier uit vijf

Little Boots – Hands

little bootsIk zeg het heel vaak tegen mezelf: “elektropop, synthesizers: Stefan, je bent beter dan dat!” Maar het lukt niet. Stiekem dans ik voor de spiegel als Lady Gaga op TMF voorbij komt. Maar dat is nog niets vergeleken met wat er gebeurt als Little Boots’ New In Town langskomt op mijn mp3speler. Ja! Show me a good time! I don’t have any money either! Het debuut van Little Boots (die, zo bleek bij Never Mind The Buzzcocks eerder deze week) eigenlijk helemaal geen little boots heeft (maar wel op een kussen moet zitten om fatsoenlijk boven de tafel uit te komen) heet Hands en bestaat uit een hele reeks van catchy liedjes die zich zo kunnen meten met het werk van de Gagas, Space Cowboys en andere synthhits (<- vaag woord, maar vooruit) die de hitlijsten domineren. Alleen is ze net iets minder schaars gekleed en wellicht net iets Britser. En daarmee bedoel ik: net iets beschaafder en daardoor net iets minder instant appeal.

Maar goed, dat neemt niet weg dat zeker de helft van de liedjes prima blijft hangen. Remedy (overigens geproduceerd door RedOne, u weet wel, van Lady Gaga), New In Town, Earthquake, Meddle, No Brakes en Click zijn stuk voor stuk leuke liedjes met een goede beat en een fijn refrein. Wel staan er een aantal WTF! I Can’t Believe you just sung that! momenten op… Dat is inherent aan ieder goedfout popnummer, maar het duet met Human League zanger Philip Oakley getiteld Symmetry is voor mij het toppunt. Onder het motto “Ik ben de sleutel, jij het slot” mogen we luttele minuten aanhoren hoe goed de twee bij elkaar passen. Dat hebben we eerder gehoord – en beter ook. Ook het uitgeklede Hands (de verstopte titeltrack) komt minder goed uit de verf.

Al met al ligt de cd prima in het gehoor en is het een mooi Brits antwoord op de synthhype (<- nog een raar woord) van de afgelopen jaren geworden. Maar dan met een lief Engels meisje. De paar misstappen op deze zou je de “kleine” Victoria meteen willen vergeven. Omdat ze zo lief kijkt. Maar ja, als je de cd luistert ga je natuurlijk niet de hele tijd naar het hoesje kijken…

drie uit vijf

Sondre Lerche – Heartbeat Radio

Ooit was Sondre Lerche het Noorse wonderkind van de muziekindustrie. Elvis Costello was fan en zijn arrangementen waren verrassend volwassen. Toegegeven, over zijn debuut zat wel heel veel suiker gestrooid (qua violen, bijvoorbeeld), maar dat geeft de cd ook zo zijn charme. De albums daarna waren afwisselend poppy (Two Way Monologue), jazzy (Duper Sessions) en rockend (Phantom Punch). Daarna stortte Sondre zich op de soundtrack van Dan is Real Life. Met Steve Carrell was Sondres muziek het enige lichtpuntje in deze verder tenenkrommend ongeloofwaardige romantische komedie. En nu is er Heartbeat Radio.

Eigenlijk grijpt Sondre terug op zijn debuut. We horen rijk gearrangeerde liedjes. Het is echter minder zoet, het is als het ware volwassener. En dat kan goed  kloppen want Sondre is natuurlijk ook niet meer de jongen van 17. Maar na alle ‘extremen’ in sound op de afgelopen albums, is dit af en toe wel heel middle of the road. Liedjes als I Cannot Let You Go en de titeltrack zijn prima. Sterker nog de composities zijn praktisch allemaal sterk. Bovendien horen we een breed scala aan instrumenten voorbij komen. De saxofoon op Easy To Persuade is nog wel het meest geslaagd. Slechts af en toe zoekt Lerche de intimiteit op, onder andere op I Guess It’s Gonna Rain Today.

Maar op de een of andere manier probeert Sondre Lerche met Heartbeat Radio een breder publiek aan te spreken zonder muzikale concessies te doen. Het resultaat is een veilig, maar vooral net album. Er is helemaal niets op aan te merken. Maar dus ook niet dat het legendarisch is.

drieënhalf uit vijf

de raad van state

Kings of Convenience – Declaration of Dependence

kings452Voelde de drie jaar tussen Quiet is the new Loud en Riot on an empty Street al als een eeuwigheid, op het derde studioalbum, Declaration of Dependence moesten we bijna vijfenhalf jaar wachten. Vijfenhalf jaar geleden zat ik nog op de middelbare school (oké, ik had net eindexamen gedaan). Sindsdien is er veel gebeurd, ook in de wereld van de Koningen. Erlend kluste er flink op los, met name met The Whitest Boy Alive en Eirik haalde zijn diploma (ik ook! ik ook!) en richtte hobbybandje Kommode op. Ondertussen werd er wel gestaag doorgewerkt aan het derde studioalbum, maar de nadruk lag hierbij op gestaag en niet op doorgewerkt. Enfin, vijf jaar na dato mogen we nu dus de nieuwe langspeler opzetten.

Laat je niet bedriegen door de in Mexico geklikte cover: de rest van de CD is één en al Scandinavië. De belangrijkste conclusie is wellicht dat Kings of Convenience nauwelijks zijn veranderd. Oké, we horen wat (nog) meer bossanova dan voorheen, maar verder is het recept eigenlijk hetzelfde. Twee gitaren, twee stemmen, af en toe geholpen door piano, violen en andere strijk- en snaarinstrumenten. Eigenlijk is dat ook best logisch. Als je de genres die het dichtst bij je muziek liggen uitbuit met een andere band, kun je met je eerste band natuurlijk niet óók die kant opgaan. Geen synthesizers op deze cd dus: de muziek (en productie) gaan eerder richting rasechte folk.

Tekstueel gezien bestrijkt de plaat twee uitersten. We horen zowel wijze levenslessen (Freedom never greater than its owner, no view is wider than the eye) tot makkelijke – even een hit scoren – achtige zinnen (Sing oooh oooh oooh ooh ooh I could never belong to you). Eerlijk gezegd vind ik sommige zinnen wat overgeconstrueerd gezongen, maar meestal gaat het goed. Hoogtepunten zijn het eindelijk op cd gezette Riot on an Empty Street (dat de vorige cd niet haalde – maar waar die cd wel naar is vernoemd), het catchy Boat Behind en het ingenieus in elkaar gezette Rule My World. Folk, ondanks zomerse voorkant. De cd bevat genoeg variatie, maar dat heft ook tot gevolg dat niet bij ieder nummer het kwartje meteen zal vallen. Gelukkig hebben we vast JAREN de tijd om de nieuwe nummers te leren kennen. Ik zeg “tot over zeven jaar!”

vier uit vijf